Behandelvisie
In onze visie staat de individuele cliënt centraal. De mening van de cliënt over wat er aan de hand is en hoe hij of zij denkt dat het probleem ontstaan is is voor ons uiterst belangrijk. Als we hieraan voorbijgaan kunnen we voor ons gevoel geen goede hulpverlening geven.
Uiteraard werken we volgens landelijk vastgestelde behandelprotocollen en richtlijnen. We zijn dat ook verplicht. Voor de cliënt betekent dit, dat behandelmethoden worden toegepast waarvan ook goed onderzocht is dat ze werkzaam zijn. In de uitwerking hiervan is de zienswijze van de cliënt onontbeerlijk. Als de cliënt zwaarwegende redenen heeft om niet akkoord te gaan met de behandelmethode, die door de richtlijn geadviseerd wordt, zullen we samen met de cliënt op zoek gaan naar alternatieven.
De wetenschappelijke basis van de psychotherapie vindt men ook terug in effect-onderzoek: in elk behandelcontact onderzoeken we methodisch hoe de laatste week verlopen is en -op het eind- hoe het behandelcontact ervaren werd. Bepaalde tests die in het begin worden afgenomen worden eenmaal of vaker herhaald om vast te stellen of de klachten en symptomen verminderen. Men noemt dit ROM: routine outcome measurement.
Behandeling zonder diagnose is niet mogelijk. Daarom beginnen we eerst met diagnostiek. Hierbij gebruiken we meerdere onderzoeksmethoden zoals tests, vragenlijsten en gesprekken.
De wetgeving en financiering rondom tweedelijns psychologische zorg schrijft voor dat gewerkt wordt met een zogenaamde diagnosebehandelcombinatie. Met de diagnose wordt dan bedoeld de DSM-IV-TR-diagnose. De DSM-IV-TR is een internationaal erkend systeem om psychiatrische diagnoses vast te leggen. Dit gebeurt aan de hand van vijf invalshoeken. Deze invalshoeken worden assen (dimensies) genoemd.
- As I is de eigenlijk diagnose, bijvoorbeeld een angststoornis van een bepaald type.
- As II gaat over stoornissen in de persoonlijkheid terwijl hierop ook verstandelijke beperkingen gerubriceerd worden.
- As III betreft lichamelijke aandoeningen die relevant zijn voor de klachten.
- As IV betreft psychosociale en omgevingsproblemen.
- As V geeft een algemene beoordeling van het functioneren, vooral dus de ernst van de aandoening.
Het soort diagnose dat gegeven wordt op de eerste as noemt men wel een nosologische (classificerende) diagnose.
De diagnostiek die je nodig hebt voor psychologische behandeling is echter veel complexer. Het gaat er hierbij om welke factoren een bepaald probleem veroorzaakt hebben en in stand houden. De psycholoog gaat dus ook na hoe de cliënt zich in zijn algemeenheid ontwikkeld heeft, of er bijzondere gebeurtenissen zijn geweest die de ontwikkeling beïnvloed hebben, hoe de cliënt omgaat met tegenvallers en moeilijke gebeurtenissen, hoe de cliënt aankijkt tegen zijn gedrag en zijn problemen en tegen de omgeving enzovoort.
Soms is nog meer nodig: dan is het ook zinnig om een onderzoek te doen naar de intelligentie of naar specifieke problemen bij het lezen of schrijven, naar het functioneren van het geheugen of de aandachtsconcentratie en dergelijke. De klinisch psycholoog zal pas beginnen met de behandeling als hij een goed inzicht heeft verworven in de achtergronden van de problemen. Emotionele problemen staan zelden op zichzelf. Je zou kunnen zeggen dat de mens zo gemaakt is, dat emotionele problemen vanzelf oplossen. Net zoals een wond op de huid vanzelf geneest. Soms is dat niet zo. Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met eerdere emotionele problemen, met de manier waarop de cliënt relaties is aangegaan met anderen en hoe die relaties eruitzien, hoe hij is gaan denken. Soms zal de psycholoog besluiten om ook gesprekken te hebben met gezinsleden. Bij kinderen is dat eigenlijk altijd standaard. Meestal is het dan zo, dat er behalve individuele gesprekken met het kind ook zogenaamde ouderbegeleidingsgesprekken zijn.
Een klinisch psycholoog is geen arts. Hoewel hij vaak meer weet van geneesmiddelen dan de gemiddelde leek kan en mag hij geen medicijnen voorschrijven. Wel kan hij soms, na toestemming van de cliënt, overleggen met de huisarts over medicatie die deze zou kunnen voorschrijven.
Wij gaan ervan uit, dat iedere mens gemaakt is om zichzelf steeds opnieuw verder te ontwikkelen. Deze ontwikkeling stopt niet met het bereiken van de volwassen leeftijd. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we, dat mensen zich tot op zeer hoge leeftijd kunnen ontwikkelen.
Wij vinden het belangrijk om deze ontwikkeling te stimuleren. In veel gevallen is deze ontwikkeling tot stilstand gekomen en dit veroorzaakt dan de klachten waarmee men in de praktijk komt. In de meeste gevallen zullen we proberen om de blokkade zo snel mogelijk op te heffen. Soms is dan een beperkt aantal bijeenkomsten voldoende.
